Het verhaal van de ‘Blauwvingers’
Was vroeger de naam ‘Zwolsche Blauwvinger’ een scheldnaam, thans echter wordt deze naam met ere genoemd.
Hoe zijn de Zwollenaren toch aan die bijnaam gekomen?’ zult u zich afvragen.
 
Het verhaaltje dat hieronder vermeld staat, geeft u antwoord hierop, alhoewel wij niet durven instaan, dat het geheel overeenkomstig de waarheid is.
 
Iedere rechtgeaarde Zwollenaar kent echter het verhaal van overlevering, als zoveel sagen en legendes, die van ouder tot ouder bekend zijn.
 
In de Middeleeuwen bestond er reeds een zekere rivaliteit tussen de bewoners van Kampen en Zwolle. Deze na-ijver was oorzaak dat men elkaar het leven zo lastig mogelijk maakte.
Zo werden steeds schepen uit Zwolle, als zij Kampen passeren moesten, beroofd en trokken troepen Zwollenaren de Kamperpoort uit, om ‘s nachts het vee uit de weilanden van het Kampereiland te stelen.
 
Soms kwam het dan tot een treffen en ging men elkaar met dorsvlegels te lijf. Bij zo’n kloppartij bedienden de inwoners van Zwolle zich van de scheldnaam Kampersteuren, om hun vijanden te plagen. 
 
Dat er voor de Zwollenaren niet óók een scheldnaam bestond, verdroot de Steuren, en zij zonnen op een gelegenheid om hun een geschikte bijnaam te geven. Deze gelegenheid deed zich voor toen het stadsbestuur van Zwolle (in een periode dat de steden in gewapende vrede met elkaar leefden) bij Schout en Schepenen van Kampen aanklopten, om ter aanvulling van hun berooide gemeentekas, het klokkenspel uit de grote toren aan Kampen te koop aan te bieden.
 
Het bleek dat de gehate Steuren beter konden sparen dan de vroedschap Zwolle, maar tevens bedachten zij de volgende list. De koop zou tot stand komen, maar Kampen mocht het verschuldigde uitbetalen in muntstukken naar eigen keuze en daar het stadsbestuur van Zwolle niets anders overbleef, accepteerden zij.
 
Zo kwam op een goede dag een wagen, volgeladen met zakken, de Kamperpoort binnenrijden. In deze zakken zaten niets dan halve duiten, duiten en vierduitstukken.
De samenstelling van deze koperen munten was echter niet zo als wij die thans hebben, want toen de Zwollenaren klaar waren met het tellen, hadden zij blauwe vingers gekregen en lachend trokken de Steuren met hun klokken op de wagen naar Kampen. Voortaan hadden zij een prachtige scheldnaam voor die domme inwoners van Zwolle.
De Blauwvingers wilden de schande uitwissen, en gingen daarom ijverig aan het sparen voor een nieuw klokkenspel, en thans verkondigt een der mooiste beiaards van Nederland de rehabilitatie der Zwollenaren.
Zo werd, wat eens een scheldnaam was, mede door het fijne stedenkoekje, die dezelfde naam draagt en onze wandeltocht, een erenaam!